Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van Zwolle
Enexis B.V. uit ’s-Hertogenbosch (gemachtigde: M. Wignand).
Rechtbank Overijssel
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die aan Enexis is verleend voor het kappen van 31 bomen ten behoeve van het verbreden van een oprit naar een stroomhuisje. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege het risico op een onomkeerbaar resultaat.
De beoordeling van de vergunning door verweerder was gebaseerd op een puntenafweging volgens de Bomenverordening Zwolle 2021, waarbij het verwijderingsbelang zwaarder werd geacht dan het behoudsbelang. Verzoekster betwistte het aantal te kappen bomen en de noodzaak van de verbreding, en stelde dat het gebruik mogelijk strijdig is met het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter vond het bomenrapport onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat nader onderzoek nodig is, onder meer door advies van de adviescommissie houtopstand. Tevens weegt het belang van verzoekster op dit moment zwaarder dan dat van Enexis, mede omdat het planologisch gebruik nog onzeker is. Daarom werd de vergunning geschorst tot zes weken na het besluit op bezwaar. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor het kappen van 31 bomen wordt geschorst totdat op de bezwaren is beslist.