Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. L. Ruessink en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R.J. de Bruijn, advocaat in Alphen aan de Rijn, naar voren is gebracht.
[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] door mevrouw [naam 1] van slachtofferhulp is aangevoerd.
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
nietbewezen dat verdachte betrokken was bij het tegen het lichaam slaan/ stompen of stoten van aangever [slachtoffer 3] . Het geweld dat de rechtbank bewezen acht beperkt zich in het geval van deze aangever tot het geweld tegen het gezicht van [slachtoffer 3] . Wat betreft het aangever [slachtoffer 2] tegen het hoofd schoppen/ trappen toen zij op de grond lag, spreekt rechtbank verdachte ook van dat onderdeel van de tenlastelegging vrij, aangezien er geen wettige bewijsmiddelen zijn die dit ondersteunen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
[slachtoffer 2] . Verdachte heeft de slachtoffers geslagen en nam deel aan ander, ernstig geweld dat jegens hen gepleegd is.
7.De schade van benadeelden
- 15 (vijftien) dagen gijzeling ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3] ;
- 20 (twintig) dagen gijzeling ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] ;
- 14 (veertien) dagen gijzeling ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] ;
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.;
gevangenisstrafvoor de duur van
1(
één) maand;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 2 jarenschuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
150 (honderdvijftig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
75 (vijfenzeventig) dagen.
benadeelde partij [slachtoffer 3]ten aanzien van het primair bewezen verklaarde feit geheel toe tot een bedrag van € 769,77, bestaande uit € 19,77 aan materiële schade en € 750,00 aan immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag
van € 769,77, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2022;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 769,77, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2022 ten behoeve van [slachtoffer 3] , en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
15 (vijftien) dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan).;
benadeelde partij [slachtoffer 1]ten aanzien van het primair bewezen verklaarde feit geheel toe tot een bedrag van € 1000,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag
van € 1000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2022;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het primair bewezen
€ 1000,00, te
20 (twintig) dagenkan worden toegepast.
benadeelde partij [slachtoffer 2]ten aanzien van het primair bewezen verklaarde feit geheel toe tot een bedrag van € 700,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag
van € 700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2022;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2022 ten behoeve van [slachtoffer 3] , en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
14 (veertien) dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Drenth, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2023.