ECLI:NL:RBOVE:2023:3827
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs van medeplegen valsheid en witwassen
De rechtbank Overijssel behandelde een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van het opzettelijk gebruik van een valse of vervalste schuldbekentenis en witwassen van geldbedragen en panden. Het onderzoek startte na een melding van een ongebruikelijke transactie door de Financial Intelligence Unit, waarna de FIOD nader onderzoek deed naar verdachte, haar voormalige echtgenoot en medeverdachte, en de betrokken ondernemingen.
De officier van justitie stelde dat verdachte samen met anderen valsheid in geschrifte en witwassen had gepleegd door het gebruik van een valse schuldbekentenis en het verhullen van de herkomst van geldbedragen en onroerend goed. De verdediging voerde aan dat de schuldbekentenis niet vals was en dat er geen bewijs was dat de gelden uit een misdrijf afkomstig waren of dat verdachte dit wist.
De rechtbank oordeelde dat de schuldbekentenis vermoedelijk niet vals was, omdat verdachte daadwerkelijk een geldbedrag had ontvangen en dit voor de aankoop van een pand had gebruikt. Ook was onvoldoende bewijs dat de geldbedragen en panden uit een misdrijf afkomstig waren. De verklaring van verdachte en medeverdachte over de herkomst van het geld uit een Surinaamse onderneming werd als aannemelijk beschouwd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van medeplegen valsheid en witwassen.