Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
[naam 7] is eindverantwoordelijk voor de hele onderneming. [26] In de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) staat dat het toezicht werd uitgevoerd door de directeur, [naam 7] , en de bedrijfsleiding, [naam 4] , en dat zij dagelijks op het bedrijf aanwezig waren. Uit de registraties van de werkplekinspecties is gebleken dat er geen werkinspecties werden uitgevoerd op de veelgebruikte loslocatie op het terrein van [bedrijf 1] . [27] Tot 1 januari 2020 had verdachte een vaste werkplek op het terrein van [bedrijf 1] , waardoor toezicht kon worden gehouden op de werknemers en werkzaamheden van werknemers van verdachten bij [bedrijf 1] . Vanaf 2020 bestond het toezicht op de werkzaamheden bij [bedrijf 1] uitsluitend uit de terugkoppeling van de chauffeurs die daar dagelijks waren. De leiding heeft nooit vernomen dat er iets aan de hand zou zijn bij [bedrijf 1] . [28]
in de laatste jaren binnen het bedrijf wel eens gebeurd)), waardoor de risicoscore zou zijn verhoogd van 75 (belangrijk risico, maatregelen vereist) naar 450 (zeer hoog risico, werkzaamheden stoppen). [32]
- zakelijk weergegeven - het aanrijden/manoeuvreren door de chauffeur van de vuilnisauto op het terrein van [bedrijf 1] B.V. en verdachte had nagelaten voldoende toezicht te houden op die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] een arbeidsbeperking had en een beperking had in persoonlijk en sociaal functioneren en
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
€ 170.000,--, waarvan € 50.000,-- voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
1 augustus 2018.
€ 60.000,-- passend en geboden. Om verdachte ervan te doordringen dat zij niet weer de fout in gaat, zal zij een deel van € 20.000,-- voorwaardelijk opleggen. Omdat verdachte door oplegging van de bestuurlijke boete reeds gewaarschuwd was, acht de rechtbank het van belang dat aan verdachte een langere proeftijd wordt opgelegd dan geëist. De rechtbank bepaalt de proeftijd daarom op drie jaren.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een geldboete van € 60.000,-- (zegge: zestigduizend euro);
€ 20.000,-- (zegge: twintigduizend euro) niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarenschuldig maakt aan een strafbaar feit.