Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gevestigd en kantoorhoudende in Rotterdam,
[de onderbewindgestelde],
gevestigd en kantoorhoudende in [vestigingsplaats] ,
1.De procedure
2.Inleiding
3.De verdere beoordeling
€ 793,00
Rechtbank Overijssel
Deze zaak betreft een vervolg op een eerder tussenvonnis waarin de huurster was gewaarschuwd dat zij haar ex-vriend buiten de deur moest houden om geluidsoverlast te voorkomen. Ondanks deze laatste kans heeft zij in de daaropvolgende drie maanden opnieuw overlast veroorzaakt door te schreeuwen en te krijsen, met name wanneer haar ex-vriend de woning betrad.
Stedelink, de verhuurder, heeft nieuwe meldingen en geluidsopnames overgelegd die de herhaalde overlast bevestigen. De huurster heeft erkend dat haar ex-vriend vaak aandringt om binnen te komen en dat het haar niet altijd lukt hem buiten te houden. De kantonrechter oordeelt dat de herhaalde tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst de ontruiming rechtvaardigt.
Bij de belangenafweging weegt de rechter mee dat ontruiming grote gevolgen heeft voor de huurster, maar dat de belangen van de omwonenden zwaarder wegen. Tevens acht hij het aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. De huurster krijgt drie maanden de tijd om de woning te ontruimen en te verlaten, mede om haar de gelegenheid te geven een andere verblijfplaats te vinden.
De vordering tot betaling van huur tot de ontruimingsdatum wordt afgewezen omdat Stedelink geen belang heeft bij deze veroordeling en niet heeft gesteld dat de huur niet wordt betaald. De bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van drie maanden voor ontruiming.