Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
medeplichtigheid aan diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
4.De toegepaste wettelijke voorschriften
5.De beslissing
verklaartde officier van justitie
ontvankelijkin de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
wijstde vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel
af.