De rechtbank Overijssel behandelde een beroep tegen een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een varkens- en geitenhouderij naar alleen een geitenhouderij. Stichting Omgevingsrecht werd niet als belanghebbende erkend omdat zij geen feitelijke werkzaamheden had verricht ter behartiging van haar doelstelling in de relevante periode. Hierdoor werd haar beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De overige eisers voerden onder meer aan dat het besluit zou leiden tot toename van stikstofdepositie, bodem- en luchtvervuiling, en dat de procedure niet voldeed aan het Verdrag van Aarhus. De rechtbank oordeelde dat de eisers onvoldoende verwevenheid hadden tussen hun individuele belangen en het algemene natuurbeschermingsbelang, waardoor hun stikstofargument niet tot vernietiging kon leiden. Ook werden de overige bezwaren ongegrond verklaard.
De rechtbank stelde vast dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure was gevolgd, dat zienswijzen konden worden ingediend en dat de eisers geen nadeel hadden ondervonden door de communicatie over beroepstermijnen. Het beroep van Stichting Leefbaar Buitengebied was ingetrokken. De rechtbank wees het beroep van de overige eisers af en veroordeelde niet tot proceskosten.