Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. M. Holtslag en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. H.J. Voors, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
(primair),dan wel dat hij haar heeft mishandeld, als gevolg waarvan zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen
(subsidiair);
3.De bewijsmotivering
heel veel drugs in huis” had liggen. Dit laatste blijkt ook uit de hoeveelheden en soorten verdovende middelen die in de woning van verdachte en bij hem, na zijn aanhouding, in beslag zijn genomen. Dergelijke hoeveelheden worden als handelshoeveelheden en als handelsvoorraad aangemerkt. Voorts blijkt uit het politieonderzoek naar de telefoon van verdachte dat verdachte via WhatsApp contacten met verschillende personen onderhield over het ophalen/leveren van verschillende soorten harddrugs. Zo volgt onder andere uit het WhatsApp-gesprek met “ [naam 1] via [naam 2] ”, die aan verdachte appt: “
Als t bevalt volgende week een ons”, waarbij het gaat om speed. Daarnaast bericht “ [naam 2] ” verdachte via telefoonnummer [telefoonnummer 1] : “
Ik had je nummer via via klopt het dat je 3M verkoopt? Anders wou k grammetje bij je halen”. In de telefoon worden ook gesprekken gevonden over het ophalen/leveren van “extazy pills” (MDMA) en “snelle jelle” (amfetamine). Daarnaast komt uit het buurtonderzoek dat de politie heeft verricht naar voren dat verschillende omwonenden hebben verklaard dat er “
heel veel verschillende mensen op en aan lopen bij deze woning” en “
er continu aanloop van verschillende mensen bij de woning is” waarbij “
heel veel verschillende mensen naar binnen gaan. Overdag en ’s nachts.”
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
zware mishandeling;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38 van Pro de Geneesmiddelenwet, opzettelijk begaan.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
360 (driehonderdzestig) dagen;
180 (honderdtachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
€ 3.238,50(bestaande uit € 238,50 materiële schade en € 3.000,00 immateriële schade);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 3.238,50, (zegge: drieduizend tweehonderdachtendertig euro en vijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 42 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;