AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens ontbreken veroordeling
De rechtbank Overijssel behandelde de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e Sr. De vordering betrof een bedrag van €726.640,-. De procedure vond plaats over meerdere zittingen tussen 2018 en 2023.
Tijdens de zitting van 12 januari 2023 verzocht de officier van justitie om schorsing van de vervolging van verdachte, gelijk aan de lopende strafzaak. De verdediging sloot zich hierbij aan. Omdat bij het vonnis van 1 februari 2023 in de strafzaak de vervolging van verdachte was geschorst op grond van artikel 16 SvPro, was er geen veroordeling wegens een strafbaar feit.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een veroordeling de ontvankelijkheid van de ontnemingsvordering in de weg staat. Daarom verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens het ontbreken van een veroordeling in de strafzaak.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-996126-16 (ontneming)
Datum vonnis: 1 februari 2023
Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1947 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de Saltryperlaan 1 214, 8861 VD, Harlingen
(zorginstelling de Spiker).
1.De procedure
De vordering is behandeld op de terechtzittingen van 3 september 2018, 27 mei 2021, 12 januari 2023 en 1 februari 2023. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en het standpunt van officier van justitie mr. G.J. Heidema en van wat door de gemachtigde verdediging (mr. D.J.P. van Omme en mr C.T. van Weerd, advocaten te Amsterdam) naar voren is gebracht.
2.De vordering van de officier van justitie
De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 726.640,-.
Ter terechtzitting van 12 januari 2023 heeft de officier van justitie gevorderd de vervolging van verdachte [verdachte] , net als in de tegen hem aanhangige strafzaak, ook in de ontnemingszaak te schorsen ingevolge artikel 16 WetboekPro van Strafvordering (Sv).
3.Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich ter zitting aangesloten bij het ter zitting ingenomen standpunt van de officier van justitie.
4.Oordeel rechtbank
Nu bij vonnis in de strafzaak tegen verdachte van 1 februari 2023 de schorsing van de vervolging van verdachte ingevolge artikel 16 SvPro is uitgesproken, heeft de vervolging van verdachte aldus tot op heden niet tot een veroordeling geleid. Het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit staat aan de ontvankelijkheid van de op dat strafbare feit gebaseerde ontnemingsvordering in de weg.
5.De beslissing
De rechtbank:
verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijkin de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, en mr. D. van den Berg en mr. L. Kesteloo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Broeks, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2023.
Buiten staat
Mr. L. Kesteloo is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.