Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
Het klopt dat ik betrokken ben geweest bij de poging tot diefstal. Ik kende maar een paar van die jongens. (…) Ik ken [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] ..(…) In het begin wist ik niet dat er werd ingebroken. Ik bleef op het spoor staan. Ik ben niet naar binnen gegaan. Ik ben meegegaan omdat ze een auto nodig hadden. Ik was de enige die in het bezit was van een rijbewijs. (...) De jongens waren daar al en namen contact met mij op met de vraag of ik naar hen heen wilde komen. Toen de jongens wegrenden, kwam ik er achter wat er gebeurd was. Ik stond samen met medeverdachte [medeverdachte 2] op het spoor. Wij waren aan het wachten tot de rest klaar was.(...)”.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de
gevangenisstrafvoor de duur van
90 (negentig) dagen;
39 (negenendertig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.