Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker] ,
[verweerder]
,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro om het derdenbeslag onder het pensioenfonds op te schorten.
De beslaglegging vloeit voort uit een vonnis van 21 december 2022 waarin verzoeker is veroordeeld tot betaling van achterstallige pensioenuitkeringen aan de verweerster. Verzoeker stelt dat de beslagvrije voet onjuist is vastgesteld omdat geen rekening is gehouden met de maandelijkse pensioenverplichting.
De rechtbank oordeelt dat het niet aannemelijk is dat het verzoek tot schuldsanering of dwangakkoord zal worden toegewezen, mede gezien het feit dat het vonnis onherroepelijk is en er slechts één schuld is. De rechtbank stelt dat verzoeker via de voorlopige voorziening niet de beslagvrije voet kan aanpassen en dat daarvoor een andere procedure gevolgd moet worden.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tot schorsing van het beslag op pensioenuitkeringen wordt afgewezen.