Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
B.V. aan [bedrijf 4] ); en/of
[verdachte] B.V. aan [bedrijf 5] B.V.); en/of
2.
3.De voorvragen
“In de bijlage treft u het verhoor aan van uw cliënt, dhr [medeverdachte 1] . De politie heeft uw cliënt verhoord, daarbij de cautie gegeven, maar uw cliënt wordt dit momentnietals verdachte aangemerkt.”.
nietgehoord over de andere transacties met [bedrijf 5] B.V. en [bedrijf 6] B.V. en ook niet over de transacties met [bedrijf 4] en [bedrijf 7] SL. [1] Aan de e-mail die verdachte via zijn advocaat heeft ontvangen, kan naar het oordeel van de rechtbank geen gerechtvaardigd vertrouwen worden ontleend dat vervolging achterwege zou blijven. Nog los van het feit dat de e-mail is verzonden door de parketsecretaris in een ander strafrechtelijk onderzoek dan het onderhavige, schrijft de parketsecretaris dat verdachte op ‘
dit moment’ niet als verdachte wordt aangemerkt. Door dit gemaakte voorbehoud kon bij verdachte niet het gerechtvaardigd vertrouwen zijn gewekt dat zij op een later moment evenmin vervolgd zou worden.
4.De bewijsoverwegingen
,[bedrijf 5] B.V., [bedrijf 6] B.V. en [bedrijf 7] SL. Uit het onderzoek naar de overboekingen en de bedrijven volgt onder meer het volgende.
“(Groot)handel in (onder andere) groenten en fruit;
20 maart 2015 door de Kamer van Koophandel doorgehaald vanwege inactiviteit en op
15 juni 2017 zijn de bedrijven door de Kamer van Koophandel uitgeschreven vanwege het ontbreken van bekende baten bij de rechtspersonen. [7]
[medeverdachte 4] . [bedrijf 6] B.V. is op 5 maart 2020 ontbonden. [16]
facilitatorwerd gebruikt door een criminele organisatie die het handelen in verdovende middelen en witwassen tot oogmerk had. Onder andere de persoons-, bedrijfs- en inloggegevens van [medeverdachte 2] zijn aantroffen op een USB-stick bij [medeverdachte 5] die voor onder andere lidmaatschap van deze criminele organisatie veroordeeld is. [23] Het vermoeden van de politie en het OM is dat [medeverdachte 2] hier op enigerlei wijze bij betrokken was.
.Zij spreekt haar hiervan dan ook vrij.
geengoederenstroom heeft plaatsgevonden. De rechtbank overweegt dat het OM zich hiermee in een lastige bewijspositie bevindt. Het OM dient immers aan te tonen dat iets
nietheeft plaatsgevonden.
5.De inbeslaggenomen voorwerpen
€ 25.000,-- en van € 3.586,80. Verder zijn er dozen administratie in beslag genomen.
6.De beslissing
€ 25.000,--;