Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
althans woorden/tekst van gelijke dreigende aard of strekking, van welke bedreigingen die [slachtoffer 2] kennis heeft genomen;
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van 4 juli 2023;
- het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 1] (pagina 117 t/m 120);
- het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] (pagina 64 t/m 70, 73 t/m 113;
- het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] (pagina 114 en 115);
- het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 3] (pagina 125 t/m 130);
- het proces-verbaal bevindingen (nader onderzoek beeldmateriaal) (pagina 15 t/m 18);
- het proces-verbaal beoordeling beeldmateriaal (pagina 20 t/m 24).
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
nietzal worden opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar
niette boven gaan.
8.De schade van benadeelde
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege zal worden verpleegd;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperkingals bedoeld in artikel 38z Sr;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.500,-, (zegge: vijfentwintighonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 35 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;