De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van een saniet om de looptijd van zijn wettelijke schuldsaneringsregeling te verkorten van drie naar anderhalf jaar op grond van nieuwe wetgeving die per 1 juli 2023 in werking trad. De regeling van de saniet was echter vóór deze datum van toepassing verklaard, waardoor de oude regeling met een looptijd van drie jaar geldt.
De rechter-commissaris overwoog dat de wetgever bewust geen overgangswetgeving heeft opgesteld om de nieuwe kortere looptijd ook op lopende regelingen toe te passen. Het beroep van de saniet op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat verschillende wetgeving op verschillende gevallen van toepassing is. Ook de belangenafweging tussen saniet en schuldeisers leidde niet tot verkorting, aangezien er sprake is van substantiële spaarcapaciteit die een hogere uitkering aan schuldeisers mogelijk maakt.
De rechter-commissaris concludeerde dat verkorting van de looptijd alleen mogelijk is bij afwezigheid van baten voor schuldeisers, wat hier niet het geval is. Het verzoek werd daarom afgewezen, waarbij tevens werd gewezen op het recht op hoger beroep binnen vijf dagen.