Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. Y. Oosterhof. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.
2.De tenlastelegging
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededaders wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis wederrechtelijk was;
3.De voorvragen
Ik heb de boot eerder gekocht, maar de man heeft de boot pas later op mijn naam gezet.” [6]
Ik ging zo maar een keer rond rijden.” Vervolgens verklaart verdachte dat hij de zwemvesten “
op de terugweg naar huis” heeft gekocht “
Bij een jongetje op een parkeerplaats in België.” Verdachte legt daarna een afwijkende verklaring af over het doel van zijn reis: “
Ik ging iets kopen voor het huis. Maar ik weet alleen niet meer wat” en “
Ik was de weg kwijt, had geen internet en vroeg de politie de weg naar Brussel.” Op basis van de GPS-data van de bus waarin verdachte op dat moment reed is de verklaring van verdachte leugenachtig: verdachte kwam niet uit de richting van Frankrijk, maar kwam uit Nederland. [19] De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat verdachte vervoermiddelen en voorwerpen heeft verworven en voorhanden heeft gehad en daarnaast ook heeft ingevoerd, doorgevoerd en uitgevoerd met het oog op mensensmokkel waarvan levensgevaar te duchten is. [20]
Dit is het afleverpunt”, waarop [naam 2] antwoordt “
Ahha, dank je”. [naam 2] zegt vervolgens in de ochtend van 30 juli 2020 “
Als oom [naam 3] belt moet je niet zeggen dat wij in Frankrijk zijn”. Verder geeft [naam 2] aan “
Wij arriveerden laat, de boot was ook kapot” en “
Politie kwam en heeft iedereen opgepakt, Maar wij waren er niet, Wij waren bij het begin van de straat/steeg.” Vervolgens stuurt [naam 2] een audiobericht, waarin is te horen: “
bel met die man van de boot, zeg hem: “uw boot wat kapot, niet de golfbreker maar de bodem, mijn ouders hebben de boot niet kunnen oppompen, hij liep leeg, wij hebben de boot niet kunnen gebruiken, u moet ons geld teruggeven”.” [naam 1] zegt daarop “
Wij gaan met papa naar hem toe” en “
Hij zou zeggen: geef de boot terug dan pas geef ik het geld.”. [naam 2] reageert met een audiobericht, waarin is te horen: “
de boot ligt in het water, het lukt ons niet om hem eruit halen.” [naam 1] vraagt vervolgens “
Wanneer komen jullie?”, waarop [naam 2] antwoordt “
Wij komen in de avond, Papa heeft slaap, hij wil nu even slapen. Wij zijn in België.” [24]
In de buurt van Petit-Fort-Philippe, 59820 Gravelines is er een pinnetje, Frankrijk.”, waarna zij zegt “
Deze niet verwijderen.” Vervolgens stuurt [naam 2] in de nacht van 4 augustus 2020 een audiobericht, waarin is te horen: “
Wij hebben de boot niet afgeleverd, hun punt/gebied had een problemen waardoor wij het niet konden afleveren. Het wordt laat voordat wij terugkomen.” In de ochtend van 4 augustus 2020 zegt [naam 2] “
Wij hebben de boot afgeleverd maar zij zijn niet gegaan omdat er veel politie was, zij konden niet gaan.” [25]
vaker dan 2 keer” in Calais is geweest. [26] Deze verklaring vindt bevestiging in de ANPR-gegevens van de Peugeot 307 met kenteken [kenteken 8] die verdachte in de periode van 24 februari 2020 tot 15 december 2020 op zijn naam had staan. Deze Peugeot is in de periode van 27 juli 2020 tot en met 22 oktober 2020 op zeven verschillende dagen geregistreerd in het grensgebied tussen Nederland en België en het grensgebied tussen België en Frankrijk bij De Panne. Daarnaast is de Peugeot in de periode van 17 augustus 2020 tot 22 oktober 2020 minstens vier keer de grensovergang tussen Nederland en België bij Hazeldonk gepasseerd. [27]
als hij een auto nodig heeft, dan leent hij die soms van mij.” [31] Voor de rechtbank staat in voldoende mate vast dat verdachte zijn auto op 19 februari 2021 aan [medeverdachte 2] heeft uitgeleend om twee migranten naar het kustgebied bij Calais in Frankrijk te brengen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat verdachte bij herhaling telefonisch contact heeft gehad met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] terwijl zij vanwege het smokkelincident op 19 februari 2021 in Frankrijk in detentie zaten. Uit deze gesprekken valt af te leiden dat verdachte mede verantwoordelijk wordt gehouden, met name als het gaat om de aanzienlijke bedragen die met elke ‘
GAME’ gemoeid zijn en dat verdachte ook deels verantwoordelijkheid neemt voor de ontstane situatie. De rechtbank concludeert op grond hiervan dat verdachte de twee migranten die op 19 februari 2021 in Frankrijk in zijn auto zijn aangetroffen behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Frankrijk.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
voorbereiding van mensensmokkel, terwijl van het feit levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd;
mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
voorbereiding van mensensmokkel, terwijl van het feit levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd;
mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen.
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren;
mr. M.J.A.L. Beljaars, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. van Haren, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2023.