ECLI:NL:RBOVE:2023:1730
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing kwijtschelding bijstandslening wegens bijzondere omstandigheden
Eiser ontving vanaf 3 maart 2020 een bijstandsuitkering in de vorm van een geldlening vanwege overwaarde op zijn eigen woning. Na het vinden van werk per november 2021 beëindigde het college de uitkering en vorderde terugbetaling van €22.018,24. Eiser maakte bezwaar tegen de terugvordering en verzocht om kwijtschelding, stellende dat hij door omstandigheden buiten zijn schuld in een onredelijke positie was gekomen.
De Commissie Bezwaarschriften adviseerde het college om af te zien van terugvordering vanwege de bijzondere situatie van eiser, die na ontslag opnieuw bijstand moest aanvragen en daardoor een schuld bij de gemeente kreeg. Het college wees dit advies af en verklaarde het bezwaar tegen de vorm van de lening niet-ontvankelijk, en het verzoek tot kwijtschelding ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek om kwijtschelding werd afgewezen en niet heeft beoordeeld of de situatie van eiser bijzonder of schrijnend is en of het besluit onevenredig uitpakt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast is vastgesteld dat het college bij lopende uitkeringen geen vermogenspositie toetst, waardoor eiser bij een door hem niet te beïnvloeden situatie in een nadelige positie is gekomen. Het college moet dit meenemen in het nieuwe besluit. Het griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het verzoek om kwijtschelding is afgewezen en het college moet een nieuw besluit nemen.