Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De samenvatting
2.De procedure
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser 1]
- de pleitnota van [gedaagde 1] .
Rechtbank Overijssel
De eiser heeft een opstalrecht met woning verkocht aan de gedaagde met een leveringsdatum in februari 2023. In de koopovereenkomst werd vermeld dat het opstalrecht tijdelijk was en liep tot 1 juni 2048. Uit de notariële akte van 1998 en de eerdere akte van 1990 bleek echter dat het opstalrecht voor onbepaalde tijd was gevestigd en al in 2040 door de grondeigenaar kon worden opgezegd.
De gedaagde heeft na het sluiten van de koopovereenkomst een taxatie laten uitvoeren in verband met een financieringsaanvraag bij Rabobank, die werd geweigerd vanwege de mogelijkheid tot opzegging in 2040. Vervolgens is overleg geweest over een nieuw opstalrecht tot 2073 met andere voorwaarden, maar dit werd door de gedaagde niet geaccepteerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de eiser niet kon leveren wat was overeengekomen, namelijk een opstalrecht voor onbepaalde tijd tot 2048. Het aangeboden alternatief wijkt wezenlijk af en is voor de gedaagde geen redelijk alternatief. De koopovereenkomst mocht daarom ontbonden worden. De vorderingen van de eiser tot nakoming en betaling van boetes worden afgewezen en de eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De koopovereenkomst is terecht ontbonden omdat de eiser niet kon leveren wat was overeengekomen.