Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
niet bewezendat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreekthem daarvan
vrij.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel heeft op 11 april 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 41-jarige verdachte die werd beschuldigd van ambtelijke omkoping. De tenlastelegging hield in dat verdachte een politieambtenaar zou hebben omgekocht om vertrouwelijke informatie uit politiesystemen te verkrijgen. Tijdens de terechtzitting op 28 maart 2023 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord.
Uit het dossier bleek dat de politieambtenaar meerdere niet-werkgerelateerde bevragingen had gedaan, onder meer over verdachte en aan hem gerelateerde personen en kentekens. Tevens was er veelvuldig contact tussen verdachte en de politieambtenaar, en was er sprake van aanzienlijke contante stortingen op rekeningen van de politieambtenaar en diens familie, zonder duidelijke verklaring. Op een biljet in het bezit van de politieambtenaar werd een vingerafdruk van verdachte aangetroffen.
Hoewel verdachte deze feiten niet betwistte, ontkende hij dat hij de politieambtenaar had betaald voor het opvragen van informatie. De rechtbank oordeelde dat ondanks de aanwijzingen van contact en geldstromen, dit niet voldoende bewijs vormde om verdachte te veroordelen voor ambtelijke omkoping. De relatie tussen de twee werd ook verklaard door hun vriendschap. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ambtelijke omkoping.