Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De procesafspraken
4.De voorvragen
5.De beslissing
de officier van justitie niet-ontvankelijkin de vervolging van verdachte.
Rechtbank Overijssel
In deze strafzaak stond een bedrijf terecht dat werd verdacht van het niet naleven van veiligheidsvoorschriften ter voorkoming van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen, zoals vereist in de Arbeidsomstandighedenwet en het Besluit risico's zware ongevallen 2015. De tenlastelegging betrof het ontbreken van een adequaat veiligheidsbeheerssysteem en onvoldoende uitvoering van preventiebeleid.
Tijdens de zittingen en het onderzoek werden procesafspraken gemaakt tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging, waarin werd overeengekomen dat de rechtbank het OM niet-ontvankelijk zou verklaren vanwege het langdurige verloop van de procedure. De rechtbank nam hierbij mee dat verdachte voldoende geïnformeerd was, vrijwillig instemde en dat er geen benadeelde partijen waren.
De rechtbank overwoog verder dat de zaak sinds 2015 liep, met een complex deskundigenonderzoek dat nog niet was afgerond, en dat de maatschappelijke prioriteit van vervolging was komen te vervallen. Gezien deze omstandigheden en de gemaakte afspraken werd het OM niet-ontvankelijk verklaard, waarmee de strafrechtelijke vervolging werd beëindigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van het bedrijf wegens onvoldoende veiligheidszorg.