ECLI:NL:RBOVE:2023:1189
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging doodslag met bijl in Enschede
Op 31 mei 2022 werd het slachtoffer in Enschede aangevallen door twee mannen, waarbij hij met een bijl meerdere keren op het hoofd werd geslagen. Het slachtoffer identificeerde verdachte als een van de aanvallers, die ook in het signalement van getuigen paste.
De officier van justitie stelde dat de poging tot doodslag bewezen kon worden op basis van de verklaringen van het slachtoffer en getuigen, ondanks het ontbreken van DNA-bewijs. Verdachte ontkende de feiten en stelde dat sprake was van een valse aangifte.
De rechtbank oordeelde dat de signalementen te algemeen waren en onvoldoende onderscheidend vermogen hadden. Verder ontbrak aanvullend onderzoek zoals confrontatie of verdiepend DNA-onderzoek. De enige bron voor betrokkenheid van verdachte was de verklaring van het slachtoffer, wat onvoldoende was om wettig en overtuigend bewijs te vormen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel poging doodslag als poging tot zwaar lichamelijk letsel. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke jeugddetentie, omdat deze reeds onherroepelijk was gelast.
Het vonnis werd uitgesproken door de rechtbank Overijssel op 3 april 2023.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van poging doodslag met een bijl.