ECLI:NL:RBOVE:2022:970
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor plaatsing van twee trekkershutten op bosgrond
Staatsbosbeheer kreeg een omgevingsvergunning voor het plaatsen van twee tijdelijke cabins (trekkershutten) op bosgrond in Holten, met een instandhoudingstermijn van vijf jaar. Eiseres, exploitant van een nabijgelegen landgoed, stelde dat de cabins recreatiewoningen zijn en dat de vergunning onterecht is verleend, mede vanwege het ontbreken van een archeologisch rapport en mogelijke negatieve effecten op natuur en omgeving.
De rechtbank oordeelde dat de cabins niet als recreatiewoningen in de zin van het Kruimelbeleid 2019 kunnen worden aangemerkt, omdat ze beperkt zijn in oppervlakte en voorzieningen en bedoeld zijn voor kort verblijf. Het onderscheid tussen recreatiewoningen en trekkershutten is volgens de rechtbank duidelijk en correct toegepast door verweerder.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres onvoldoende belang heeft bij de archeologische bezwaren en dat de vergunningverlening in overeenstemming is met het bestemmingsplan en het Kruimelbeleid. De vermeende nadelige effecten op natuur, verkeer en overlast zijn niet aannemelijk gemaakt en de belangenafweging door verweerder was zorgvuldig en redelijk.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de omgevingsvergunning heeft verleend en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het plaatsen van twee trekkershutten wordt ongegrond verklaard.