Uitspraak
Rechtbank Overijssel
[naam vennootschap 1] B.V., te [vestigingsplaats] verzoekster,
het college van burgemeester en wethouders van Enschede, verweerder,
Procesverloop
- de aan verzoekster op 1 maart 2018 verleende omgevingsvergunning voor de activiteit milieu voor het uitvoeren van haar bedrijfsactiviteiten op het perceel [adres 1] te Enschede, en
- de aan verzoekster op 30 juli 2019 verleende maar ongebruikte omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfspand en het plaatsen van een geluidswand op het perceel [adres 2] te Enschede.
- alle vergunningplichtige milieuactiviteiten dient te beëindigen en beëindigd te houden,
- alle vergunningplichtige bouwwerkzaamheden dient te staken en gestaakt te houden, en
- alle op basis van de ingetrokken of geweigerde omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen uitgevoerde bouwwerkzaamheden dient terug te draaien.
- het op voorhand treffen van een zodanige ordemaatregel dat verzoekster de reeds verleende omgevingsvergunningen kan blijven gebruiken tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter;
- schorsing van het primaire besluit, althans te oordelen dat verzoekster haar bedrijf kan blijven uitoefenen alsof de omgevingsvergunningen niet zijn ingetrokken of geweigerd, tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
- bij bief van 9 februari 2022: opschorting van de intrekking van de omgevingsvergunning van 1 maart 2018 tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter; én daarnaast
- bij brief van 10 februari 2022: er zal niet handhavend worden opgetreden tegen de zonder omgevingsvergunning uitgevoerde bouwwerkzaamheden tot de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.
Overwegingen
- het handelen in strijd met de [wet 2] en het daaruit verkregen financiële voordeel door [naam 2] , welke als statutair directeur leiding gaf aan verzoekster (de zogenoemde A-grond); en
- het handelen in strijd met de Wet algemene bepalingen (verder: Wabo) door verzoekster en de [wet 1] en het daaruit verkregen financiële voordeel door [naam 1] als indirect leidinggevende van verzoekster (de zogenoemde B-grond).
Verzoekster betwist, dat er ernstig gevaar bestaat dat de al verleende omgevingsvergunningen en de aangevraagde vergunningen gelet op deze voorgeschiedenis mede zullen worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.
Beslissing
- schorst het besluit van 1 februari 2022, voor zover daarbij de aan verzoekster verleende omgevingsvergunningen zijn ingetrokken tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan verzoekster te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van