Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
Procesverloop
- watersysteemheffing ingezetenen van € 57,71
- zuiveringsheffing meerpersoonshuishouden van € 169,26
- watersysteemheffing gebouwd van
Rechtbank Overijssel
Eiser maakte bezwaar tegen een aanslag waterschapsbelastingen voor het jaar 2021 opgelegd door het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT) namens het Waterschap Vallei en Veluwe. Eiser stelde dat verweerder niet bevoegd was aanslagen op te leggen omdat het een private onderneming zou zijn en er geen overeenkomst tussen partijen bestond.
De rechtbank oordeelde dat de brief van eiser van 16 september 2021 als een bezwaarschrift moet worden aangemerkt, ondanks dat dit niet expliciet werd vermeld. Verweerder is een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid en is op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd belastingen te heffen en invorderen namens het waterschap.
De aanslag is gebaseerd op de Waterschapswet en de Verordening zuiveringsheffing Waterschap Vallei en Veluwe 2021. Het ontbreken van een overeenkomst ontslaat eiser niet van zijn belastingplicht. Eiser bracht geen feiten aan die de onbevoegdheid van verweerder ondersteunen. Omdat eiser geen inhoudelijke beroepsgronden aanvoerde, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag waterschapsbelastingen 2021 wordt ongegrond verklaard.