Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 06 november 2019 te Gronau, althans in Duitsland, tezamen en
in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door
verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met
voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, zich heeft begeven naar
de omgeving van de woning van die [slachtoffer 1] , waarna verdachte en/of verdachtes
mededader(s) met een vuurwapen een of meer (5) kogels in de richting van die
hebben/heeft geschoten (waarbij die [slachtoffer 1] in een bovenbeen werd geraakt),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 02 oktober 2019 te Losser, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door
verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met
voorbedachten rade een of meer personen/klanten (onder wie [slachtoffer 3] ),
aanwezig in sportschool/fitnesscentrum “ [sportschool 1] ”, van het leven te beroven,
zich heeft begeven naar de omgeving van die/dat sportschool/fitnesscentrum (aan
[adres 2] ), waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) met een
vuurwapen een of meer (4) kogels in de richting van en/of door een of meer ruiten
van die/dat sportschool/fitnesscentrum hebben/heeft geschoten, terwijl de
uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door
verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met
voorbedachten rade aan een of meer personen/klanten (onder wie [slachtoffer 3] ), aanwezig in sportschool/fitnesscentrum “ [sportschool 1] ”, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, zich heeft begeven naar de omgeving van die/dat sportschool/fitnesscentrum (aan [adres 2] ), waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) met een vuurwapen een of meer (4) kogels in de richting van en/of door een of meer ruiten van die/dat sportschool/fitnesscentrum hebben/heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(onder wie [slachtoffer 3] ), aanwezig in sportschool/fitnesscentrum “ [sportschool 1] ”,
heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door met een vuurwapen een of meer (4) kogels in de richting van en/of door een of meer ruiten van die/dat sportschool/fitnesscentrum te schieten;
hij op of omstreeks 02 oktober 2019 te Losser, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] (eigenaar/uitbater van sportschool/fitnesscentrum “ [sportschool 1] ” aan [adres 2] ) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door met een vuurwapen een of meer (4) kogels in de richting van en/of door een of meer ruiten van die/dat sportschool/fitnesscentrum te schieten;
hij op of omstreeks 02 oktober 2019 te Losser, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruiten van sportschool/fitnesscentrum “ [sportschool 1] ” (aan [adres 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt door met een vuurwapen een of meer kogels (4) door die ruit(en) te schieten.
3. De voorvragen
4.De bewijsmotivering
zijn postuur, zijn loopje. Hij is niet echt heel klein. Zijn manier van aan komen lopen. Met zijn hand zo op die manier, die hangt zo. Zijn manier van lopen, klein draaitje wat die maakt. Zo komt hij altijd aanlopen. Heel druk.Ook in het telefoongesprek dat zij op 10 november 2020 met [naam 2] voert, zegt zij tegen hem dat zij [verdachte] heeft herkend.
“ik heb dat gezien Opsporing Verzocht, ik heb dat net gezien. Ik heb ook gezien wie er heeft geschoten”.
Maar wat we laatst hebben gedaan, dat gaan we niet meer weer doen. Hierop reageert [naam 5] met:
stil, stil, stil.
Opsporing Verzocht gezien, mooie beloning.
“ze weten wat ik gedaan heb. Ik denk dat ze me nu kunnen pakken”.
“er is niks aan de hand, ze weten niks”.
in Nijverdal?”.Waarop [verdachte] antwoordt:
“nee in Losser, heb je dat gezien?”.
maar dan nog…dan nog kunnen ze niet zeggen dat jij dat bent geweesten alleen
dat ding moet je weg hebben he”.
als ze dat ding niet vinden, dan hebben ze niks”.
“Nijverdal?”terwijl dit incident in de uitzending niet aan de orde is geweest.
hij op 6 november 2019 te Gronau, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, zich heeft begeven naar de omgeving van de woning van die [slachtoffer 1] , waarna verdachte of verdachtes
mededader met een vuurwapen vijf kogels in de richting van die [slachtoffer 1] heeft geschoten waarbij die [slachtoffer 1] in een bovenbeen werd geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 2 oktober 2019 te Losser, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade een of meer personen/klanten (onder wie
vuurwapen vier kogels in de richting van en door ruiten van die sportschool heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 2 oktober 2019 te Losser, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
hij op 2 oktober 2019 te Losser, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk en wederrechtelijk ruiten van sportschool “ [sportschool 1] ” aan [adres 2] , toebehorende aan [slachtoffer 2] , heeft vernield door met een vuurwapen vier kogels door die ruiten te schieten.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
feit 2 primair
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van de benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
23 (drieëntwintig) jaren;
maatregelop dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 793,68 (zevenhonderdendrieënnegentig euro en achtenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 oktober 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 15 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 114.246,03, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 223 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor een deel van € 2.097.336,75 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst af de vordering tot een bedrag van € 585,83;
maatregelop dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 17.500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 122 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde] voor een deel van € 20.000,-- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst af de vordering tot een bedrag van € 1.874,91.
6.
7.
.