Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
HET HEIDEVELD EN DE DAARTOE BEHORENDE FONDSEN EN EIGENDOMMEN IN DE BUURTSCHAP STEENWIJKERWOLD,
Vereniging,
[gedaagde],
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure stond de vraag centraal wie eigenaar is van een groenstrook die onderdeel is van een groter perceel in Steenwijkerwold. De gedaagde stelde dat hij door bevrijdende verjaring eigenaar was geworden van de groenstrook, terwijl de Vereniging de eigendom van het gehele perceel inclusief de groenstrook claimde.
De rechtbank stelde vast dat de gedaagde sinds 2002 onafgebroken bezit had van het hek en het deel van de groenstrook dat grenst aan zijn perceel, wat meer dan twintig jaar bezit opleverde. Dit bezit leidde tot eigendom door bevrijdende verjaring op grond van artikel 3:314 lid 2 en Pro 3:105 BW. Het deel van de groenstrook tussen het hek en de openbare weg was echter niet eigendom van de gedaagde, omdat hij onvoldoende bezitsdaden had verricht ten aanzien van dat stuk grond.
De vordering van de Vereniging tot onrechtmatigheid werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat de gedaagde zich met kwade trouw had toegeëigend. De rechtbank verklaarde voor recht dat de Vereniging eigenaar is van het perceel inclusief de weg en de groenstrook tot aan het hek, terwijl de gedaagde eigenaar is van het deel vanaf het hek tot aan zijn perceel. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de gedaagde eigenaar is van een deel van de groenstrook door bevrijdende verjaring, terwijl de Vereniging eigenaar blijft van het overige deel.