ECLI:NL:RBOVE:2022:44

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
13 januari 2022
Zaaknummer
9513286 \ CV EXPL 21-4507
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • S.J.S. Groeneveld - Koekkoek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 7 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over schending contractuele informatieplichten bij koop op afstand

In deze civiele zaak vordert Billink Financial Solutions B.V. betaling van een bedrag van €96,51 van de gedaagde consument, die niet is verschenen en tegen wie verstek is verleend.

De zaak betreft een koop op afstand via een webwinkel waarbij de consument koos voor achteraf betalen. De rechtbank toetst ambtshalve aan de hand van de recente Hoge Raad-uitspraak (ECLI:HR:NL:2021:1677) of de webwinkel heeft voldaan aan de essentiële informatieplichten uit het Burgerlijk Wetboek.

De rechtbank stelt vast dat de precontractuele informatieplicht uit artikel 6:230m lid 1 BW is nageleefd, maar dat er een voldoende ernstige schending is van artikel 6:230v lid 7 BW, omdat de consument niet contractueel is geïnformeerd over de leveringstermijn en het ontbindingsrecht. De factuur geeft onvoldoende duidelijkheid hierover.

De kantonrechter is voornemens de betalingsverplichting te verminderen met 25% van de hoofdsom, conform de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten, en geeft de eisende partij de gelegenheid om hier schriftelijk op te reageren. De beslissing wordt aangehouden tot de rolzitting op 8 februari 2022.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak naar de rolzitting van 8 februari 2022 voor verdere behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 9513286 \ CV EXPL 21-4507
Vonnis van 11 januari 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft gevorderd dat de gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen € 96,51, met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.
1.2.
Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend.
1.3.
Daarna is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

2.De beoordeling

Ambtshalve toetsen
2.1.
Deze zaak gaat over een bestelling van gedaagde partij als consument bij een webwinkel. Gedaagde partij heeft daarbij gekozen voor achteraf betalen.
2.2.
De Hoge Raad heeft op 12 november 2021 een uitspraak gedaan die voor deze zaak van belang is (ECLI:HR:NL:2021:1677). Kort samengevat heeft de Hoge Raad overwogen dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde essentiële informatieplichten is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter een sanctie moet toepassen.
2.3.
Eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW.
2.4.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is sprake van voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW, omdat gedaagde partij contractueel niet is geïnformeerd over de essentiële informatieplicht(en) vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder: g (leveringstermijn) en h (ontbindingsrecht). Uit de overgelegde factuur is onvoldoende duidelijk geworden dat aan deze plicht is voldaan.
2.5.
De kantonrechter heeft het voornemen om aan de hand van de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/kanton) de betalingsverplichting van gedaagde partij vanwege voornoemde schending(en) te verminderen met 25%. Dit betekent dat de hoofdsom (€ 53,13) wordt verminderd met genoemd percentage. Eisende partij mag daarop eerst nog reageren.
2.6.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.3. De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 8 februari 2022, waarop eisende partij zich schriftelijk mag uitlaten over hetgeen is overwogen onder 2.5,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022. (SG)