ECLI:NL:RBOVE:2022:4015
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over toepassing interstatelijk vertrouwensbeginsel bij rechtmatigheid buitenlands opsporingsmiddel
In het onderzoek Elrits, gericht op internationale drugshandel waarbij versleutelde communicatie via EncroChat werd gebruikt, heeft de rechtbank Overijssel op 30 december 2022 een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad gesteld. Deze vraag betreft de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel: of de Nederlandse rechter mag aannemen dat een buitenlands opsporingsmiddel rechtmatig is ingezet en de resultaten betrouwbaar zijn, zolang dit niet onherroepelijk in dat land is vastgesteld.
Het onderzoek Elrits maakt gebruik van gegevens verkregen via een gezamenlijk Nederlands-Frans onderzoek naar EncroChat, waarbij onder meer een onderscheppingsmiddel op Franse servers is ingezet. De verdediging heeft diverse onderzoekswensen ingediend om de rechtmatigheid van deze gegevensverwerving te toetsen. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst en de vraag aan de Hoge Raad voorgelegd vanwege het belang voor meerdere zaken waarin soortgelijke verweren worden gevoerd.
De rechtbank benadrukt het zaaksoverstijgende belang van de vraag, omdat meerdere strafzaken in Nederland betrekking hebben op gegevens uit buitenlandse onderzoeken naar versleutelde communicatie. De vraag wordt tezamen met een soortgelijke vraag uit het onderzoek Shifter aan de Hoge Raad voorgelegd. De beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer, waarbij voorzitter Meijer en rechters Schaap en Wolting betrokken waren.
Uitkomst: De rechtbank stelt prejudiciële vraag aan de Hoge Raad over het interstatelijke vertrouwensbeginsel en schorst het onderzoek Elrits.