Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2022:3330

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 november 2022
Publicatiedatum
14 november 2022
Zaaknummer
08-220315-22
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 196 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bevel klinische observatie wegens onvoldoende noodzaak en weigering verdachte

De rechter-commissaris had besloten verdachte, verdacht van ernstige delicten waaronder poging tot doodslag en verkrachting, ter klinische observatie over te brengen naar het Pieter Baan Centrum. Dit op basis van een indicatie voor een dubbel Pro Justitia-rapport vanwege persoonlijkheidsproblematiek en justitiële voorgeschiedenis.

Verdachte verzette zich tegen deze beslissing en weigerde mee te werken aan gedragskundig onderzoek, stellende onschuldig te zijn. Zijn raadsman betoogde dat eerst getuigen gehoord en technisch onderzoek afgewacht moest worden alvorens tot een kostbare en tijdrovende opname over te gaan.

De rechtbank achtte de noodzaak voor opname onvoldoende bewezen, mede vanwege de ontkennende houding van verdachte en het ontbreken van beschikbare getuigenverklaringen en forensisch bewijs. Zij vernietigde daarom het bevel van de rechter-commissaris, met de mogelijkheid tot latere opname indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft.

Uitkomst: Het bevel tot klinische observatie van verdachte is vernietigd wegens onvoldoende noodzaak en weigering tot medewerking.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
parketnummer : 08-220315-22
Beslissing op het hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 196 Sv Pro tot toewijzing van de vordering van de officier van justitie tot klinische observatie
in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
nu gedetineerd in P.I. Veenhuizen, locatie Esserheem.
Raadsman mr. J. Michels.

Het verloop van de procedure

De rechter-commissaris strafzaken in deze rechtbank heeft bij beschikking van 1 november 2022 bevolen dat de verdachte, die wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en verkrachting, ter klinische observatie zal worden overgebracht naar het Pieter Baan Centrum.
Verdachte heeft tegen deze beslissing op 2 november 2022 hoger beroep laten instellen.
Het hoger beroep is behandeld in raadkamer van 9 november 2022.
Bij de behandeling zijn de officier van justitie, de verdachte en zijn raadsman mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal, gehoord.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het door de officier van justitie overlegde (digitale) dossier van de strafzaak tegen de veroordeelde, onder meer inhoudende:
  • de beslissing van de rechter-commissaris strafzaken van 1 november 2022,
  • de brief van [naam] , psychiater bij het Nederlands Instituut voor Forensische psychiatrie en Psychologie (NIFP) van 3 oktober 2022 (trajectconsult),
  • het reclasseringsadvies over verdachte van 1 september 2022;
  • het bevel gevangenhouding van 14 september 2022.

De standpunten van de verdachte en de officier van justitie

De verdachte heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris dat hij ter klinische observatie zal worden overgebracht naar het PBC. Zijn raadsman heeft ter terechtzitting het standpunt toegelicht, samengevat inhoudende dat het zwaartepunt van de verdenking ligt op het verkrachtingsfeit. Voor dit feit zijn volgens de raadsman geen ernstige bezwaren. De raadsman raadt aan om eerst getuigen te horen en te wachten op een stand van zaken proces-verbaal of een einddossier, voordat over wordt gegaan op een tijdrovende en dure plaatsing in het Pieter Baan Centrum. Daarnaast zal de proceshouding van de verdachte niet veranderen en zal hij aan geen enkele rapportage meewerken, omdat hij bij zijn standpunt blijft dat hij onschuldig is. Verdachte is gedagvaard op de zitting van de meervoudige strafkamer op 8 december 2022 en de raadsman meent dat met een beslissing tot klinische observatie op dit moment vooruitgelopen wordt op door de rechtbank te nemen beslissingen op 8 december 2022 of later op basis van de dan in het dossier gevoegde stukken die op dit moment nog niet beschikbaar zijn, zoals de verklaringen van getuigen bij de rechter-commissaris en de resultaten van technisch onderzoek door het NFI.
Het standpunt van de officier van justitie luidt samengevat dat het niet willen meewerken aan rapportages niet in de weg staat aan een plaatsing in het Pieter Baan Centrum. Door niet mee te willen werken ligt een plaatsing juist in de rede. Naar de mening van de officier van justitie zijn er daarnaast voldoende ernstige bezwaren, waardoor een indicatie voor plaatsing aan de orde is. De onschuld van de verdachte zal pas moeten blijken bij de inhoudelijke behandeling van de zaak.

De ontvankelijkheid

Het hoger beroep is tijdig ingediend.

De beoordeling

Tegen de verdachte is voorlopige hechtenis bevolen.
De rechter-commissaris heeft geoordeeld dat het noodzakelijk is dat een onderzoek naar de geestvermogens van de verdachte zal worden ingesteld en dat dit niet voldoende op een andere wijze kan plaatsvinden dan door observatie in een psychiatrisch ziekenhuis of een inrichting tot klinische observatie bestemd.
De brief van psychiater [naam] houdt in dat mede gezien de justitiële voorgeschiedenis van de verdachte en (ernstige) persoonlijkheidsproblematiek er een indicatie is voor een dubbel Pro Justitia-rapport. De verdachte wilt hier echter niet aan meewerken, omdat hij zich beroept op zijn onschuld. Met een plaatsing in het Pieter Baan Centrum staat gelet op de proceshouding van verdachte en zijn weigering mee te werken aan gedragskundig onderzoek, niet zonder meer vast dat er resultaten geboekt worden, waardoor aan het noodzaakcriterium niet is voldaan.
De rechtbank onderkent dat een weigerachtige en ontkennende verdachte weliswaar geobserveerd kan worden, maar acht een plaatsing op basis van de huidige verdenkingen die uitdrukkelijk door verdachte worden ontkend en weersproken, niet aangewezen, te meer nu er nog getuigen moeten worden gehoord door de rechter-commissaris en de resultaten van forensisch technisch onderzoek nog niet beschikbaar zijn.
Afhankelijk van het verdere onderzoek kan een eventuele opname voor klinische observatie ook in een later stadium alsnog worden bevolen.
De rechtbank zal gelet op wat hiervoor is overwogen de beslissing van de rechter-commissaris vernietigen.

Beslissing

De rechtbank vernietigt op grond van het voren overwogene het bevel ex artikel 196 Sv Pro van rechter-commissaris van 1 november 2022.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 09 november 2022 door:
mr. B.W.M. Hendriks, voorzitter,
mr. C.C.S. Bordenga-Koppes en mr. R.G.J. Gehring, rechters,
in tegenwoordigheid van L.N. Zwiers, griffier.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.