Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
[gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Rechtbank Overijssel
De werknemer trad in januari 2021 in dienst en ging ziek uit dienst, waarna hij een Ziektewetuitkering ontving. De werkgever, eigenrisicodrager voor de Ziektewet, stopzette de uitkering vanaf 18 juli 2022 en verrekende deze met een teruggevorderde toeslag van het UWV.
De werknemer vorderde betaling van de uitkering en stelde dat de werkgever niet bevoegd was tot volledige verrekening zonder rekening te houden met de beslagvrije voet en dat stopzetting zonder toestemming van het UWV niet was toegestaan.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever de beslagvrije voet in acht had moeten nemen bij verrekening en dat de stopzetting zonder toestemming van het UWV onrechtmatig was. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de uitkering over de periode vanaf 18 juli 2022 en tot hervatting van de betalingen, met wettelijke rente. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen. De werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling en hervatting van de Ziektewetuitkering met inachtneming van de beslagvrije voet en wettelijke rente.