Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats],
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van een factuur voor isolatiewerkzaamheden die hij stelt voor gedaagde te hebben uitgevoerd. Gedaagde betwist dat de werkzaamheden hebben plaatsgevonden en stelt dat er niemand op de afgesproken datum is verschenen.
De rechtbank stelt vast dat partijen een overeenkomst sloten op 30 januari 2018 en dat eiser heeft gemeld de werkzaamheden op 11 april 2018 te zullen uitvoeren. Echter, eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd. De ondertekende offerte bewijst niet dat de werkzaamheden zijn verricht en eiser heeft nagelaten te specificeren wie, wanneer en hoe lang de werkzaamheden hebben plaatsgevonden.
Daarnaast heeft eiser niet gesteld dat hij recht heeft op betaling voorafgaand aan de uitvoering, noch is een dergelijke afspraak gebleken uit de offerte of algemene voorwaarden. De door eiser overgelegde betalingsregeling is onvoldoende onderbouwd en niet aan gedaagde bevestigd.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten, die nihil zijn aan de zijde van gedaagde wegens het ontbreken van professionele rechtsbijstand.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van uitvoering van werkzaamheden.