ECLI:NL:RBOVE:2022:2701

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
27 september 2022
Publicatiedatum
27 september 2022
Zaaknummer
08-088941-21 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verboden wapenbezit in Zwolle

De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 53-jarige verdachte die werd verdacht van het bezit van een automatisch vuurwapen en een vuurwapen van categorie III. De tenlastelegging betrof het voorhanden hebben van een machinepistool Micro UZI en een pistool Taurus PT92 in de periode van december 2019 tot september 2020 in Zwolle.

Tijdens de openbare terechtzitting op 13 september 2022 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken. De officier van justitie en de raadsman van verdachte waren het eens dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om de tenlastegelegde feiten te bewijzen.

De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was, zij bevoegd was en de officier van justitie ontvankelijk was. Na beoordeling van het dossier en de zitting concludeerde de rechtbank dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan verboden wapenbezit. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verboden wapenbezit.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-088941-21 (P)
Datum vonnis: 27 september 2022
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1969 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 september 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.K. Kooij en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. A.D. Kloosterman, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1:een automatisch vuurwapen voorhanden heeft gehad;
feit 2:een vuurwapen van categorie III van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1
Hij in of omstreeks de periode van 1 december 2019 tot en met 8 september 2020 te
Zwolle, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten,
een machinepistool van het merk IMI, type Micro UZI, kaliber 9 x 19 mm (SIN
AAOE3908NL in TON 1),
zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren
voorhanden heeft gehad;
2
Hij in of omstreeks de periode van 1 december 2019 tot en met 8 september 2020 te
Zwolle, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten,
een pistool van het merk Taurus, type PT92, kaliber 9 mm kort (.380) (SIN
AAOE1896NL in TON 2),
zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool
voorhanden heeft gehad.

3.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.De bewijsmotivering

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.
4.4
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat uit de stukken van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet volgt dat is kan worden vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem is tenlastegelegd. Nu naar het oordeel van de rechtbank voldoende wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, zal de verdachte worden vrijgesproken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

5.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Scheeper, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.N. Esajas, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 27 september 2022.
Buiten staat
Mr. M. Scheeper is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.