Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
curatorvordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Rechtbank Overijssel
De curator van het faillissement van de heer A vordert machtiging om een villa, die deel uitmaakt van de ontbonden huwelijksgemeenschap met mede-eigenaar B, te gelde te maken. De villa is belast met een hypotheekschuld die oploopt, en de curator wil de verkoop voortzetten ondanks de weigering van B om mee te werken aan de verkoop aan de door de curator gekozen koper D.
De rechtbank oordeelt dat artikel 63 Faillissementswet Pro niet van toepassing is omdat de huwelijksgemeenschap al was ontbonden vóór het faillissement, waardoor de curator niet zelfstandig over de villa kan beschikken. Op grond van artikel 3:174 BW Pro kan de rechter een deelgenoot machtigen tot verkoop ten behoeve van de voldoening van een gemeenschappelijke schuld. De rechtbank vindt het spoedeisend belang aanwezig vanwege de oplopende hypotheekschuld.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van de machtiging aan de curator om de villa te verkopen aan D, ondanks dat B een hoger bod van E prefereert. De rechtbank acht het bod van D betrouwbaarder en spoediger uitvoerbaar. B wordt bevolen de villa uiterlijk 30 september 2022 samen met de curator te ontruimen, met dwangsommen bij niet-naleving. Tevens wordt bepaald dat het vonnis in Frankrijk kan worden erkend en in plaats kan treden van de handtekening van B bij de verkoopdocumenten.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De curator wordt gemachtigd de villa te verkopen en B wordt bevolen de villa uiterlijk 30 september 2022 te ontruimen.