ECLI:NL:RBOVE:2022:2401
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens onvoldoende acute financiële nood bij toeslagenschade
Verzoekster, gedupeerde in de toeslagenaffaire, heeft een definitieve compensatie van ruim €38.000 ontvangen en een aanvullende schadeclaim van ruim €4.000.000 ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS). Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening vanwege een dreigende uithuiszetting door huurachterstand en beslaglegging op haar bijstandsuitkering.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed, zoals een acute financiële noodsituatie. Verzoekster heeft een voorschot van €3.000 ontvangen en er is een regeling in gang gezet om oudere schulden over te nemen. Zij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar situatie zodanig urgent is dat afwachten van de hoofdzaak onredelijk is.
De dreigende uithuiszetting is niet concreet onderbouwd en het risico dat verzoekster bewust geen huur betaalt, wordt voor haar rekening en risico genomen. De CWS acht de aanvullende schadeclaim van ruim €4 miljoen niet aannemelijk en adviseerde een voorschot van €3.000. De voorzieningenrechter ziet geen reden om het besluit tot het voorschot onrechtmatig te achten.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een acute financiële noodsituatie.