Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3. De voorvragen
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende en tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soort of categorieën, worden gehouden, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende en tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soort of categorieën, worden gehouden, opzettelijk begaan;
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 3.4 in
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 3.4 in
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 3.4 in
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
9.De beslissing
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende en tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soort of categorieën, worden gehouden, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende en tiende lid, onderdeel d van de Wet dieren, terwijl deze overtreding plaatsvindt in de uitoefening van een bedrijf waar dieren van krachtens artikel 2.3, tweede lid, aangewezen soort of categorieën, worden gehouden, opzettelijk begaan;
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 3.4 in
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 3.4 in
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.2., negende
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 3.4 in
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
stillegging van de ondernemingvan de verdachte, waarin de economische delicten zijn gepleegd, voor de duur van
12 (twaalf) maanden;
beroepsverbodvoor de duur van
5 (vijf) jaren, met dien verstande dat verdachte het beroep van
veehouder, zoals hiervoor in paragraaf 7.3. nader gedefinieerd en omschreven, niet mag uitoefenen