Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
COHEDRON B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,
[X],
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
1.De procedure
2.Waar gaat deze zaak over?
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
€ 2.979,52.
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn in geschil over de uitleg van artikel 10.1 van een huurovereenkomst, waarin huurder het recht heeft om vanaf 1 oktober 2020 maximaal 30% van het gehuurde metrage terug te geven met een opzegtermijn van 9 maanden.
De huurder, Cohedron, stelt dat zij 30% van de oorspronkelijk gehuurde meters kon teruggeven en dat de reeds door verhuurder teruggenomen meters vóór oktober 2020 niet onder deze bepaling vallen. Verhuurder betwist dit en stelt dat de teruggenomen meters aan derden verhuurd zijn en dus wel onder de bepaling vallen, waardoor de huurder minder meters kan teruggeven.
De rechtbank oordeelt dat de meters die verhuurder vóór 1 oktober 2020 heeft teruggenomen niet als teruggeven in de zin van artikel 10.1 kunnen worden beschouwd, omdat deze meters direct aan derden zijn verhuurd zonder dat dit als uitvoering van artikel 10.1 is aangemerkt. De huurder mocht erop vertrouwen dat zij nog 30% van de per 31 december 2020 gehuurde meters kon teruggeven. De rechtbank wijst de vordering toe dat huurder 30% van de per eind 2020 gehuurde meters kan teruggeven, wat neerkomt op 503 m2, en dat verhuurder de te veel betaalde huur vanaf 1 februari 2021 moet terugbetalen.
De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen vanwege het ontbreken van ingebrekestelling en verzuim. Verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Huurder kon 30% van per eind 2020 gehuurde meters teruggeven en verhuurder moet te veel betaalde huur vanaf 1 februari 2021 terugbetalen.