ECLI:NL:RBOVE:2022:2245
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijkende sluitingstijden drank- en horecavergunning wegens onjuiste motivering
Eiser heeft een drank- en horecavergunning aangevraagd voor een horeca-inrichting met specifieke openingstijden. De burgemeester stelde afwijkende sluitingstijden vast die afweken van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijking, waarna het college het besluit op bezwaar in stand hield met een aanvullende motivering.
De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit van 26 november 2020, zoals gewijzigd op 12 maart 2021, onjuist is omdat de motivering niet is gebaseerd op de belangen van openbare orde, veiligheid, volksgezondheid of milieu, maar op het geldende planologisch regime. Hierdoor ontbreekt de vereiste belangenafweging. Tevens is vastgesteld dat het college onbevoegd was om het bezwaar te behandelen, aangezien dit een bevoegdheid van de burgemeester betreft.
Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. De beperking tot avondopenstelling blijft gelden op grond van het bestemmingsplan. Het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel wordt verworpen. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijkende sluitingstijden wordt vernietigd en herroepen.