In deze civiele zaak vordert [A], voormalig exploitant van een camping, betaling van een factuur aan [B], haar dochter, voor niet-afgedragen stagelden, overgenomen voorraden en schade. [B] voert verweer en stelt een tegenvordering in wegens onterecht betaald stageld.
De kantonrechter beoordeelt afzonderlijk de verschillende posten van de vordering. Betalingen van stagelden door derden aan [B] worden grotendeels toegewezen, behalve een bedrag van de familie [F] dat onvoldoende is onderbouwd. De factuur voor overgenomen voorraden wordt toegewezen aan [A], omdat [B] als gewezen vennoot hoofdelijk aansprakelijk is. Schade aan een ruit wordt toegewezen, schade aan een slagboom niet.
De vordering voor huurachterstand en incassokosten wordt afgewezen vanwege onvoldoende bewijs. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding. De tegenvordering van [B] wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het aannemen van een standplaatsovereenkomst.
Gezien de familieband compenseert de rechter de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is bij vervroeging uitgesproken op 21 juni 2022.