Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 1:zich op 21 november 2021 schuldig heeft gemaakt aan grooming van de
feit 2:op 21 november 2021 heeft geprobeerd om de minderjarige [slachtoffer] aan het ouderlijk gezag te onttrekken;
feit 3:zich op 30 november 2021 schuldig heeft gemaakt aan verboden wapenbezit.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
En als iemand mij ziet dan? Ik ben 12.Verdachte reageerde hierop:
En als je moeder erachter komt dat je naar buiten gaat zeg je dat je even wil wandelen. Moet je mij gelijk een bericht sturen kom ik er gelijk aan. Leuk toch en gezellig. Jij bent gezellig en ik ben gezellig.Verdachte heeft bekend dat hij degene is die de berichten heeft gestuurd en de ontmoeting heeft voorgesteld.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelde
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
onder 1, het
onder 2en het
onder 3ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
140 (honderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
70 (zeventig) dagen;
[slachtoffer]toe tot een bedrag van
[slachtoffer](feiten 1 en 2): van een bedrag van
€ 19,82(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 en het onder 2 bewezen verklaarde tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 19,82, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
1 dagkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;