ECLI:NL:RBOVE:2022:2108
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dwangsombesluit en invordering chalet in strijd met bestemmingsplan Giethoorn
Eiseres heeft een chalet geplaatst op een perceel in strijd met het bestemmingsplan Giethoorn en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Verweerder heeft haar bij besluit van 31 december 2020 gelast het chalet te verwijderen, met een dwangsom van maximaal €15.000 bij niet-naleving. Na het ongegrond verklaren van bezwaar en beroep tegen dit dwangsombesluit, is vastgesteld dat het chalet niet is verwijderd.
Verweerder heeft daarop het maximale dwangsombedrag ingevorderd. Eiseres maakte bezwaar tegen dit invorderingsbesluit en verzocht om een voorlopige voorziening, stellende dat zij door de invordering in acute financiële problemen zou komen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het dwangsombesluit onherroepelijk is en dat eiseres geen uitzonderlijke omstandigheden had aangevoerd om niet aan de last te hoeven voldoen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het chalet niet was verwijderd en dat de dwangsom terecht was verbeurd. Het argument dat het chalet door het loskoppelen van leidingen geen bouwwerk meer zou zijn, werd verworpen. De invordering van de dwangsom werd als rechtmatig beoordeeld, mede omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat was het bedrag te betalen.
Het beroep tegen het invorderingsbesluit werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het invorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.