ECLI:NL:RBOVE:2022:1959
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling griffierecht bij tuchtklacht advocaat wegens betalingsonmacht
Eiser diende een tuchtklacht in tegen zijn voormalig advocaat en vroeg om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht. Verweerder, de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant, verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en weigerde het door te zenden aan de raad van discipline. Eiser maakte bezwaar en betaalde het griffierecht onder protest, maar handhaafde zijn bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 6 december 2021 van verweerder geen besluit in de zin van de Awb bevatte, maar slechts een mededeling van feitelijke aard was. Het bezwaar had daarom niet ongegrond maar niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Gezien de financiële situatie van eiser werd het beroep op betalingsonmacht gegrond verklaard en werd eiser vrijgesteld van griffierecht.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend omdat eiser geen griffierecht had betaald. De uitspraak trad in de plaats van het bestreden besluit en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.