Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De beslissing in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 3 september 2021,
- de conclusie van antwoord van 16 februari 2022,
- het tussenvonnis van 16 februari 2022,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 12 mei 2022.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
“Voor de bepaling van het zuiver saldo van het overig gemeenschappelijk vermogen, bedoeld in lid 2, zal per de dag van het eindigen van de overeenkomst een staat van bezittingen en schulden worden opgesteld”. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de datum van het einde van de samenlevingsovereenkomst de peildatum is voor de waardering van de bezittingen en schulden. Wat moet worden aangemerkt als de datum van het einde van de overeenkomst, wordt bepaald in artikel 7 van Pro de samenlevings-overeenkomst.