Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[eiser],
gevestigd en kantoorhoudende te Denekamp ,
1.[gedaagde 1] ,wonende te [plaats 1] ,
wonende te [plaats 1] ,
[gedaagde 3],
gevestigd en kantoorhoudende te Beuningen,
Rechtbank Overijssel
Eiser, eigenaar van een bedrijfsruimte verhuurd aan gedaagden, vordert ontruiming en boetes omdat gedaagden de ruimte gebruiken als woonruimte, wat volgens eiser in strijd is met de huurovereenkomst.
Gedaagden erkennen het tijdelijke woongebruik sinds februari/maart 2022, met instemming van eiser, en stellen dat zij de woning aan het eind van het jaar zullen verlaten voor hun nieuwe woning. De kantonrechter oordeelt dat het onvoldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure ontbinding van de huurovereenkomst zal worden toegewezen, mede gezien de tijdelijke aard van het gebruik en eerdere tijdelijke verhuur aan derden.
De vordering tot betaling van een boete op basis van de algemene bepalingen wordt afgewezen omdat een specifieke boete in de huurovereenkomst geldt. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming en boete wegens woongebruik worden afgewezen.