Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. H. Menke en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. L.J.H.M. Achten, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 61-jarige man die als pastor seksuele handelingen had verricht met een vrouwelijk kerklid in 2015. Hoewel de rechtbank vaststelde dat de seksuele handelingen hadden plaatsgevonden, was de kernvraag of deze in het kader van een hulpverleningsrelatie waren gepleegd waarbij de vrouw zich als cliënt aan de pastor had toevertrouwd.
Uit het dossier en de zitting bleek dat het contact tussen verdachte en de vrouw aanvankelijk ontstond naar aanleiding van geruchten binnen de kerk. Het contact ontwikkelde zich tot een vriendschappelijke relatie met wederzijds vertrouwen en het delen van persoonlijke problemen. De seksuele relatie ontstond binnen deze context en niet binnen een hulpverleningsrelatie.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende aanknopingspunten waren om te stellen dat de vrouw zich in een afhankelijkheidspositie bevond ten opzichte van de pastor, zoals vereist voor het strafbare feit ontucht onder artikel 249 Sr Pro. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
De vrouw had een schadevergoeding gevorderd, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafrechtelijke grondslag ontbrak. De rechtbank wees erop dat de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter kan indienen.
De uitspraak werd gedaan door mr. S.H. Peper, voorzitter, en mr. A. van Holten en mr. A.J. de Loor, rechters, op 31 mei 2022.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat onvoldoende is vastgesteld dat sprake was van een hulpverleningsrelatie met afhankelijkheid.