Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding en de producties 1 tot en met 5,
- de mondelinge behandeling op 13 april 2022,
- het tijdens de behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek.
Rechtbank Overijssel
Partijen hebben jarenlang samengewoond in de woning van de vrouw, waarbij de man geen mede-eigenaar was maar wel hoofdelijk aansprakelijk voor de hypothecaire geldlening op die woning. Na beëindiging van hun relatie in 2011 vordert de man dat de vrouw meewerkt aan zijn ontslag uit die aansprakelijkheid of anders de woning verkoopt.
De vrouw verschijnt niet in de procedure, waardoor de vorderingen in beginsel voor toewijzing vatbaar zijn tenzij deze onrechtmatig of ongegrond zijn. De rechtbank oordeelt echter dat onvoldoende aannemelijk is dat er een rechtsgrond bestaat om de vrouw te veroordelen tot ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Er is geen sprake van een gemeenschap van goederen of andere juridische basis die dit rechtvaardigt.
Ook de subsidiaire vordering tot verkoop van de woning wordt afgewezen omdat de vrouw als enige eigenaar vrij is om te beslissen over verkoop. De rechtbank compenseert de proceskosten, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Vorderingen tot ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid en verkoop woning worden afgewezen.