Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
of omstreeksde periode van 12 mei 2020 tot en met 3 juni 2020 te Enschede opzettelijk heeft geteeld
en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2]
)een hoeveelheid van
(in totaal
) ongeveer750 hennepplanten,
althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvanzijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
op ofomstreeks 3 juni 2020 te Enschede een hoeveelheid elektriciteit
, in elk geval enig goed,
dat/die geheel
of ten deleaan Enexis
, in elk geval aan een andertoebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft
en/of dat weg te nemen goed
braak en/ofverbreking.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
straf
gevangenisstrafvoor de duur van
2 maanden ( twee maanden);
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 14.262,34, (zegge: veertienduizend tweehonderd tweeënzestig euro en vierendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 26 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
96 van het Wetboek van Strafvordering, binnengetreden.
verbalisanten. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.
[adres 2]
(de rechtbank begrijpt: [perceelnummer] )te Enschede. Uit onze administratie blijkt dat [verdachte] (
de rechtbank begrijpt: [verdachte] )in elk geval op het moment van binnentreden op 03 juni 2020 contractant was op genoemd perceel.
de rechtbank begrijpt: [perceelnummer] )te Enschede. Ik verhuur deze woning. Op 15 november 2019 heb ik de woning verhuurd aan: