Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende aan de [adres 1] .
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
4 weken voor die oprichting een melding heeft/hebben gedaan aan de Gemeente
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan.
- gezelschapsdieren worden gefokt anders dan voor uitbreiding van het aantal gezelschapsdieren binnen het eigen huishouden of de directe familie- en vriendenkring;
- gezelschapsdieren worden verkocht aan anderen dan familie en vrienden;
- gezelschapsdieren worden opgevangen tegen een vergoeding en er worden hiervoor advertenties geplaatst;
- ruimtes zijn speciaal ingericht voor de onder dit besluit vallende activiteiten;
- registratie van de Kamer van koophandel of het hebben van een BTW-nummer;
- adverteren, al dan niet op websites, met gezelschapsdieren;
- er wordt gehandeld vanuit een winstoogmerk.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
- feit 1:artikel 1 onder Pro 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 2.7, tweede lid, voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van onderdeel a, onder 1
o, van de Wet dieren juncto artikel 3.14, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; - feit 2: artikel 1A onder 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 8.41, eerste lid, van de Wet milieubeheer juncto artikel 1.2, artikel 1.9b onder a en artikel 1.10, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
- feit 3: artikel 1 onder Pro 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 96 (oud) Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren (oud) juncto artikel 6, eerste lid en artikel 7, eerste lid en tweede lid, van het Besluit identificatie en registratie van dieren (oud).
het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.7, tweede lid, voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van onderdeel a, onder 1o
, van de Wet dieren, opzettelijk begaan;
het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 8.41, eerste lid, van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan;
het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 96 (oud) van de Gezondheidswet- en welzijnswet voor dieren (oud), opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 2.7, tweede lid, voor wat betreft de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van onderdeel a, onder 1o
, van de Wet dieren, opzettelijk begaan;
het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 8.41, eerste lid, van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan;
het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 96 (oud) van de Gezondheidswet- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;
een geldboete van € 5.000,- (vijfduizend euro);
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
60 (zestig) dagen;
€ 2.500,- (vijfentwintighonderd euro),subsidiair 35 (vijfendertig) dagen
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de veroordeelde voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jaarde navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.