ECLI:NL:RBOVE:2022:1399
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs deelname criminele organisatie
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 34-jarige verdachte die werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met oplichting en witwassen in de periode oktober 2016 tot februari 2018. Het onderzoek Barracuda richtte zich op grootschalige acquisitiefraude waarbij slachtoffers werden misleid via valse telefoontjes en geld werd gepind via geldezels en kassiers.
De officier van justitie stelde dat de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen kon worden, terwijl de verdediging stelde dat de verdachte slechts enkele pintransacties had verricht zonder wetenschap van de criminele organisatie. De rechtbank oordeelde dat de verdachte bekend had geld gepind, maar onvoldoende bewijs was dat hij deel uitmaakte van het samenwerkingsverband of handelingen verrichtte die direct verband hielden met het oogmerk van de organisatie.
De rechtbank concludeerde dat de verdachte niet wettig en overtuigend betrokken was bij de criminele organisatie en sprak hem vrij. Tevens verklaarde de rechtbank de vorderingen van benadeelden niet-ontvankelijk omdat de strafrechtelijke betrokkenheid niet was vastgesteld. De benadeelden kunnen hun schadevorderingen bij de burgerlijke rechter indienen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van deelname aan de criminele organisatie.