Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 1:in de periode van 2 december 2019 tot en met 30 juli 2021 ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 1] , die toen nog geen 16 jaar oud was;
feit 2:in de periode van 2 december 2015 tot en met 1 december 2017 ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 2] , die toen nog geen 16 jaar oud was;
feit 3: in de periode van 28 mei 2016 tot en met 27 mei 2019 seksueel is binnengedrongen bij [slachtoffer 3] , die toen tussen de 12 en 16 jaar oud was;
feit 4: in de periode van 28 mei 2012 tot en met 27 mei 2019, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 3] , die toen nog geen 16 jaar oud was;
feit 5: in de periode van de maand juli 2019 ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 4] , die toen nog geen 16 jaar was.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
onder 4ten laste gelegde voor zover dit de
periode vóór 20 juli 2014 betreft;
onder 1, onder 2, onder 3, onder 4 en onder 5ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
jeugddetentievoor de duur van
6 (zes) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als
voorwaarden van rechtswegedat de verdachte:
taakstraf, te weten een werkstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
120 (honderdtwintig) uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast voor de duur van
60 (zestig) dagen;
[slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€ 2.000,--(bestaande uit immateriële schade);
[slachtoffer 1](feit 1): van een bedrag van
€ 2.000,--(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juli 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 2.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juli 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
nul dagenkan worden toegepast;
[slachtoffer 2]toe tot een bedrag van
€ 2.000,--(bestaande uit immateriële schade);
[slachtoffer 2](feit 2): van een bedrag van
€ 2.000,--(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2017);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 2.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2017 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
nul dagenkan worden toegepast;
[slachtoffer 3]toe tot een bedrag van
€ 4.000,--(bestaande uit immateriële schade);
[slachtoffer 3](feiten 3 en 4): van een bedrag van
€ 4.000,--(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2019);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 4.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
nul dagenkan worden toegepast;
[slachtoffer 4]toe tot een bedrag van
[slachtoffer 4](feit 5): van een bedrag van
€ 1.000,--(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2019);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
nul dagenkan worden toegepast;