Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
INAXTION GROEP B.V.,
gevestigd te Dordrecht en kantoorhoudende te Zwolle,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
152,24 +
Rechtbank Overijssel
De werknemer trad op 1 mei 2019 in dienst bij InAxtion Groep BV met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die later werd verlengd tot een totaal van elf maanden. In maart 2020 werd medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd, met een toezegging van een aanzegvergoeding.
De werknemer vorderde betaling van een aanzegvergoeding en achterstallig loon, terwijl InAxtion stelde dat geen aanzegplicht bestond vanwege de korte duur van de tweede overeenkomst en dat verrekening van een factuur en een vliegticket correct was toegepast.
De rechter oordeelde dat op grond van de wet geen aanzegplicht bestond voor de tweede overeenkomst van minder dan zes maanden, waardoor geen aanzegvergoeding verschuldigd was. De toezegging in de brief werd niet als afdwingbaar beschouwd. Wel werd geoordeeld dat verrekening van de factuur onterecht was, omdat de factuur aan een eenmanszaak van de echtgenoot van de werknemer was gericht en de huwelijkse voorwaarden geen gemeenschap van goederen bevatten.
Hierdoor werd aan de werknemer een netto bedrag van €1.369,35 aan achterstallig loon toegekend, vermeerderd met wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 10%. De vordering van InAxtion tot betaling van een bedrag in reconventie werd afgewezen. Proceskosten werden deels gecompenseerd.
Uitkomst: De werknemer krijgt €1.369,35 aan achterstallig loon met rente en een gematigde wettelijke verhoging toegekend, de aanzegvergoeding wordt afgewezen.