Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(primair), dan wel dat verdachte heeft geprobeerd om [slachtoffer] met voorbedachte rade zwaar te mishandelen door hem met een mes in het bovenlichaam te steken
(subsidiair), dan wel dat verdachte [slachtoffer] met voorbedachte rade heeft mishandeld door hem met een mes in het bovenlichaam te steken
(meer subsidiair).
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
mishandeling.
poging tot doodslag.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
mishandeling;
poging tot doodslag;
gevangenisstrafvoor de duur van
28 (achtentwintig) maanden;
10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de veroordeelde voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardedat de veroordeelde op geen enkele wijze, direct noch indirect, contact opneemt en/of onderhoudt met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] .
622,- (zeshonderdtweeëntwintig euro),alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het in de zaak met parketnummer 08/131547-20 bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 175,-- (honderdvijfenzeventig euro),te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 15 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
drie dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het in de zaak met parketnummer 08/190347-20 bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.616,-- (vijfduizendzeshonderdenzestien euro),te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 22 juli 2020 tot aan de dag der algehele voldoening ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
63 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 12.512,52 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst af de meer of anders gevorderde proceskosten.